Mijn visie op de Zorg nav uitzending bij Pauw

Pauw en de Zorg om de Zorg
7 november 2014
Cranky Old Man (Poem found on Facebook)
6 juli 2015
Show all

Mijn visie op de Zorg nav uitzending bij Pauw

1. Hoe staat het nu met de zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen? Als vervolg op de  blogpost Pauw en de Zorg om de Zorg

Incident of structureel?

  • Dat er hier geen sprake is van een incident of zoals het bestuur van de WZH zegt “een individueel geval” mag eigenlijk wel duidelijk zijn (zie ook blogpost Pauw en de Zorg om de Zorg). Aangezien de schrijver van dit blog al meer dan 30 jaar werkzaam is binnen de zorg en nooit anders heeft gezien, bij familie, gehoord van collega’s en gelezen in de kranten. Het werken met een onderbezetting (wat uiteindelijk als normaal werd gezien) is eigenlijk nooit anders geweest. In de Volkskrant van 7 november kunt u weer zo’n analyse over de stand van zaken lezen: “Dit beeld wordt bevestigd door de beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN). Volgens woordvoerster Francis Bolle is de kwestie in het Haagse verpleeghuis geen incident. ‘Het is helaas herkenbaar. Wij krijgen geregeld meldingen van werknemers in de zorg over dit soort trieste situaties. Dit gebeurt door het hele land.’ Wat vindt de inspectie ervan? De inspectie voor de gezondheidszorg constateerde afgelopen zomer dat het wisselt: bij de ene instelling worden verbeteringen gesignaleerd, bij de andere lukt het niet. Bij onaangekondigde bezoeken voldoen negen van de tien tehuizen niet of slechts deels aan de normen. Er is niet zeven dagen per week 24 uur per dag voldoende deskundig personeel aanwezig. Ook de veiligheid op het gebied van medicatie en vrijheidsbeperking is niet voldoende. Wat de inspectie wel kon bekoren, was de motivatie van de medewerkers: daar ontbreekt het niet aan.” Het volledige artikel kunt u hier lezen.

Gebrek aan kwaliteit?

  • De kwaliteit binnen de zorg verschilt mijns inziens zowel per locatie als ook tussen afdelingen binnen een zelfde instelling. Los van het feit dat je met een structurele onderbezetting überhaupt niet aan het gewenste niveau van zorg toekomt is er ook de kwestie van opleiding. In het verleden is de HBO-V in het leven geroepen, waarbij al snel hoger opgeleide verpleegkundigen de markt op stroomden zonder zonder een uitgebreide klinische ervaring. Daarnaast hadden deze HBO-V-ers vaak een ambitie die lag op managementniveau, terwijl daar de functies niet voor het oprapen lagen. De invoering van de MBO-V was niet bepaald een succes, terwijl de In-service opleiding uiteindelijk om zeep werd geholpen. Een groot gedeelte van de zorg aan patiënten in zowel ziekenhuis als verzorgings- en verpleeghuizen bestaat uit basiszorg: wassen, aankleden, helpen met toiletgang, gebits- en mondverzorging etc. Zowel in alle hiervoor genoemde instellingen is de wil maar ook simpele kunde om deze basiszorg te verrichten weggezakt.  Het niveau van de Verzorgenden IG die ik van de ROC’s zag komen was regelmatig zorgwekkend. Ook HBO-V-ers werden soms, ook na negatief advies van de stageplaats, door de Hogeschool richting afstuderen gepusht (wij mochten als instelling niet zo kritisch zijn). Dat er helderheid nodig is ten aanzien van het opleidingsstelsel en verschil in aanzien een rol speelt, kunt u lezen in dit stuk van enkele studenten van de HvU.

 Werkdruk

  • Daarnaast heeft de verzorgende en verpleegkundige (deze laatste groep is ondervertegenwoordigd in alle verpleeg- en verzorgingshuizen) te maken met steeds zwaardere / complexere patiënten en administratieve- / regeldruk. Tenminste dat wordt steeds geroepen, volgens mij was het altijd al zo. Als oud In-service verpleegkundige had ik in het oude AZU als 3e jaars leerling in de avond de verantwoordelijkheid over een hele afdeling kaakchirurgie en mocht ook nog een ‘uitslaapkamer’ met een a twee patiënten bedienen. Hierbij verantwoordelijk voor alle (basis) zorg, infusen en zelfs de eerste triage van binnenkomende patiënten met gebits- en mondklachten etc. etc. Ik heb nog nooit zo verschrikkelijk hard gewerkt als in die opleiding. Dit was niet goed en hoort niet de maatstaf te zijn, maar vroeger rende iedereen zich dus ook het vuur uit de sloffen en was de werkdruk vaak extreem hoog. Aan de bevlogenheid van de meeste mensen die werken binnen de zorg zal het over het algemeen niet liggen. Het merendeel van de mensen heeft hart voor de zaak en werkt zich drie slagen in de rondte. Er lopen echter ook genoeg mensen rond die liever lui dan moe zijn en  daarnaast soms ronduit incapabel. Het grote gevaar schuilt in het murw worden van de eerste categorie, mensen die een groot deel van hun leven hun ziel en zaligheid hebben gegeven, maar door alle reorganisaties, alsook bestuurlijk falen zijn gedesillusioneerd en het vak verlaten of uitzitten op de automatische piloot. Afgezien van de lichamelijke gebreken – met name rugklachten –  die echt een toenemend probleem vormen naarmate de dienstjaren vorderen, is er de mentale kant. Zeker wanneer het psychogeriatrie betreft.

Geldgebrek of niet?

  • Dat hang er vanaf waar het geld heen gaat. Men roept altijd dat het ten goede moet komen aan de werkvloer (net als bij de leraren), maar belandt het daar ook? Een citaat uit het hierboven genoemde artikel uit de Volkskrant: “Dat is niet altijd een kwestie van geld, stelt Bolle van de V&VN. ‘Er zijn verpleeghuizen die met dezelfde hoeveelheid geld uitstekende zorg leveren waar anderen falen. Dat verschil begint bij de bestuurders. Als die zich dienstbaar opstellen en zich inzetten voor kwaliteit van zorg, voelen medewerkers zich gesteund. Dat betaalt zich uit. Aan de andere kant gaat het vaak mis bij instellingen die vastzitten in het oude denken. Daar zijn productienormen leidend en heerst wantrouwen naar het personeel, met tijdcontroles en allerlei administratieve handelingen.”
  • Zwaar opgetuigde instellingen met gangen vol adviseurs en waarbij HRM de werving en selectie bij voorkeur ook nog eens uitbesteed aan commerciële partijen, bestaan nog steeds en zouden echt tot het verleden moeten behoren. Een bestuurder uit de gehandicaptenzorg zei tegen mij: “U heeft nogal veel reorganisaties helpen uitvoeren (bleek uit mijn CV en mijn jaren bij de Thuiszorg), maar wij hebben daar niet mee te maken – geld is geen probleem”. Mijn gedachte was dat hetgeen wat bij de Thuiszorg al jaren strijk en zet was; namelijk bezuinigen, hem toch echt ook op zijn dak zou komen. Dat was een jaar of vijf geleden.

2. Wat moet er gebeuren?

  • Kleinere instellingen die zoveel mogelijk middenin de samenleving staan , geen grote fusies meer en een maximum aan bijvoorbeeld aantal cliënten / personeelsleden / omzet;
  • Volledige transparantie op kwaliteit, cliënttevredenheid, geldstromen, kapitaal en vergoedingen aan bestuur en management als percentage van de personeelslasten;
  • Benchmarking (zoveel mogelijk ‘realtime’) op bovenstaande variabelen en openbare publicatie hiervan. Leren van de ‘Best Practices’;
  • Investeren in medewerkers hun opleiding, salaris en werkdruk/werkplezier waarbij een balans is tussen basiszorg en expert kennis. En sturen op kwaliteit betekend ook functioneringsgesprekken voeren zoals ze zijn bedoeld;
  • Een brede heldere opleidingsstructuur waarbij men alleen werkt met niveau drie tot 5 en waarbij de noodzaak en inzet en opleidingseisen per sector worden geëxpliceerd;
  • Inzetten op hoogwaardige Thuiszorg waarbij domotica niet ter vervanging van medewerkers wordt ingezet maar primair ter ondersteuning van de cliënt;
  • Samenwerking tussen organisaties wordt gestimuleerd en beloond

Dit is slechts een aanzet, er valt natuurlijk nog heel veel te schrijven over de opleidingen, de zorginstellingen die als voorbeeld kunnen dienen, de ziekenhuizen etc. Wordt dus vervolgd.